Even achtergrond: van opstartgesprek naar adviesgesprek
Want je gaat ervan uit dat je recht hebt op zorg als die nodig is. Dat is lang ook zo geweest. Toen ik begon in de wijk noemden we het eerste gesprek met een nieuwe cliënt nog een opstartgesprek: we kwamen langs om te inventariseren welke zorg er nodig was, en die regelden we vervolgens.
Tegenwoordig heet datzelfde gesprek een adviesgesprek. En dat is geen woordspelletje. Het betekent dat ik eerst kijk: wat kan de cliënt nog zelf? Wat kan de mantelzorger oppakken? En pas dáárna, als dat antwoord onvoldoende is, wat de zorg kan betekenen.
Thuiszorg krijgen is niet meer vanzelfsprekend. En dat is een boodschap die ik regelmatig moet brengen aan de keukentafel. In dit artikel leg ik je eerlijk uit hoe het wél zit: zoals ik het ook aan de mensen bij mij in de wijk uitleg.
De nieuwe norm: "zelf als het kan, thuis als het kan"
In 2022 presenteerde het ministerie van VWS het programma WOZO (Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen). Daarin staat een norm centraal die de komende jaren bepaalt hoe de ouderenzorg wordt georganiseerd: zelf als het kan, thuis als het kan, digitaal als het kan.
In gewone taal: de overheid wil dat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, met hulp van hun eigen omgeving, en dat een verhuizing naar een verpleeghuis zo lang mogelijk wordt uitgesteld of voorkomen.
Op zich is dat geen vreemde gedachte. De meeste mensen die ik bezoek wíllen ook helemaal niet naar een verpleeghuis. Ze willen het liefst in hun eigen, vertrouwde huis blijven, tussen hun eigen spullen. Maar er zit een keerzijde aan die lang niet iedereen kent: de verantwoordelijkheid om dat thuis wonen veilig en prettig te houden, komt steeds meer bij de oudere en de familie zelf te liggen.
Waarom dit verandert
De verandering komt niet uit de lucht vallen. Er spelen drie dingen tegelijk, en als ik ze uitleg aan families valt het kwartje meestal snel.
Er komen veel meer ouderen. Nederland vergrijst hard. In 2020 was 1 op de 21 mensen 80 jaar of ouder. In 2040 is dat al 1 op de 12. Er komen niet alleen meer ouderen, ze worden ook steeds ouder.
Er komen minder handen aan het bed. Tegelijk daalt de beroepsbevolking. Nu werkt al ongeveer 1 op de 7 werkenden in de zorg. Zou de zorg op de oude manier blijven werken, dan zou in 2040 1 op de 4 mensen in de zorg moeten werken. Dat is gewoonweg niet haalbaar. Dat merk ik zelf elke dienst.
Er zijn minder mantelzorgers. De groep die voor een oudere kan zorgen, vaak de kinderen, wordt kleiner ten opzichte van het aantal hoogbejaarden. Steeds vaker staan families er alleen voor.
Het gevolg: dezelfde zorg met minder mensen en minder geld. De overheid lost dat op door de zorg anders te organiseren. En dat merk je thuis.
Wat dit concreet betekent voor je situatie
Het verpleeghuis is er straks vooral voor de zwaarste zorgvragen
Dit is misschien wel het belangrijkste dat ik families moet uitleggen, en tegelijk het moeilijkste om te horen. Een plek in het verpleeghuis is in toenemende mate bedoeld voor mensen met een zeer complexe, intensieve zorgvraag: bijvoorbeeld bij vergevorderde dementie, waarbij dag en nacht zorg en toezicht nodig zijn.
Voor de grote groep ouderen die "gewoon" wat meer hulp nodig heeft, is thuis blijven wonen de norm geworden. De overheid bouwt daar ook op: tot 2030 komen er 170.000 gelijkvloerse (nultreden)woningen en 80.000 geclusterde woningen bij, bedoeld om ouderen langer zelfstandig te laten wonen.
Wachten op hulp wordt eerder regel dan uitzondering
Doordat de zorgvraag stijgt en er minder personeel is, lopen de wachttijden op. Een aanvraag voor huishoudelijke hulp via de gemeente duurt al snel zes tot acht weken, vaak met een gesprek vooraf. Voor zwaardere zorg kan het langer duren. In die tussentijd sta je er als familie alleen voor. En dat zijn precies de weken waarin ik mensen het meest zie worstelen.
De indicatie is niet meer vanzelfsprekend
Om in aanmerking te komen voor zwaardere, langdurige zorg heb je een indicatie nodig van het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg). De criteria daarvoor worden strenger toegepast. Krijgt je naaste geen indicatie? Dat betekent niet dat er niets mogelijk is. De vergoede route valt dan wel weg.
Waarom ik dit zo belangrijk vind om uit te leggen
Eerlijk gezegd vind ik het jammer dat de overheid en andere instanties hier zo weinig duidelijkheid over scheppen. Er is geen helder beeld van hoe de zorg in elkaar steekt, en zo komt het uitleggen ervan vaak neer op de verpleegkundige in de wijk. Op zich vind ik dat niet erg: ik doe het graag. Maar het maakt het werk ook pittiger, want je moet regelmatig slecht nieuws brengen aan mensen die het toch al zwaar hebben.
Ik sta met enige regelmaat bij families aan de keukentafel die volschieten. Moeder valt opeens vijf keer per week. Ze herkent haar eigen kinderen niet meer. Het wordt thuis simpelweg te zwaar. En dan komt de vraag die ik in hun ogen zie nog voordat ze hem stellen: waar moeten we dan heen?
Dat is precies het probleem. Want dat is óók niet duidelijk. Mensen worden van het kastje naar de muur gestuurd en weten gewoon niet waar ze moeten zoeken. Dat raakte mij zo, dat ik er iets mee wilde doen. Daarom heb ik Zorgbaar opgericht: om dat gat te vullen met uitleg, begrip, en vooral een oplossing.
"Maar wat als het thuis echt niet meer gaat?"
Dit is de vraag die de meeste families wakker houdt. Het eerlijke antwoord is: er is meer mogelijk dan je denkt, ook zonder verpleeghuis en ook zonder indicatie.
Veel zorg die vroeger alleen in een instelling kon, kan tegenwoordig prima thuis:
- Persoonlijke verzorging en verpleging (wassen, aankleden, medicatie, wondzorg) via de wijkverpleging. Volledig vergoed vanuit de basisverzekering, zonder eigen risico.
- Hulp in het huishouden via de gemeente (Wmo), of particulier als je niet wilt wachten.
- Begeleiding en gezelschap, zodat er overdag iemand is die een oogje in het zeil houdt.
- Respijtzorg: tijdelijke vervanging, zodat je als mantelzorger even op adem kunt komen.
- Intensieve zorg tot 24 uur per dag aan huis, als alternatief voor het verpleeghuis.
De kunst is om de hulp te vinden die past bij de situatie van je naaste én bij wat haalbaar is voor jou als familie. Daar help ik graag bij.
Hoe wij je helpen
Ik ken het zorgsysteem van binnenuit, en bij Zorgbaar werk ik samen met ervaren verpleegkundigen en verzorgenden die dat net zo goed kennen. Wij weten hoe de routes lopen: wat de wijkverpleging vergoedt, wanneer de gemeente aan zet is, wanneer een Wlz-aanvraag op zijn plek is en wanneer een particuliere aanvulling past. Welke route bij jullie situatie het beste werkt, kijken we samen.
En ik ben er eerlijk over. Heeft je naaste recht op vergoede zorg vanuit de basisverzekering of de gemeente? Dan vertel ik je dat gewoon. Want na al die jaren in de wijk weet ik één ding zeker: vertrouwen is in de zorg het allerbelangrijkste.
Wil je weten welke zorg past bij de situatie van je vader of moeder? Doe onze gratis zelfcheck. In ongeveer een minuut zie je welke mogelijkheden er zijn: eerlijk, helder en zonder verplichtingen.
Veelgestelde vragen
Moeten ouderen verplicht langer thuis blijven wonen?
Nee, er is geen wettelijke verplichting. Maar het beleid is erop gericht om thuis wonen te stimuleren en verpleeghuiszorg voor te behouden aan de zwaarste zorgvragen. In de praktijk merk ik dat een verpleeghuisplek minder makkelijk beschikbaar is dan vroeger.
Wanneer kan iemand niet meer zelfstandig wonen?
Daar is geen vaste grens voor. Het hangt af van de combinatie van lichamelijke gezondheid, geestelijke gezondheid (zoals dementie), de woonsituatie en het netwerk eromheen. Vaak is het een geleidelijk proces, en met de juiste hulp blijft thuis wonen langer mogelijk dan mensen denken.
Wat als mijn ouder geen indicatie krijgt?
Dan vervalt de vergoede zorg via de Wlz, maar er blijven mogelijkheden. Wijkverpleging (via de basisverzekering) en huishoudelijke hulp (via de gemeente) hebben hun eigen, lichtere toegangsroutes. En particuliere zorg kan altijd worden ingezet, zonder indicatie en zonder wachttijd.
Krijg ik als mantelzorger ondersteuning?
Ja. Je kunt bij de gemeente terecht voor mantelzorgondersteuning, en respijtzorg (vervangende zorg) helpt om het vol te houden. Ook particulier kun je zorg inzetten om de druk te verlichten.
Hoe snel kan particuliere zorg geregeld worden?
Vaak binnen enkele dagen. Dat is het grote verschil met de reguliere route, waar wachttijden van weken gebruikelijk zijn.






